Ruim een half jaar geleden maakte ik kennis met Ellen en Robbert. Ooit waren ze gelukkig en vastbesloten een succes van hun relatie te maken. Helaas kwam hun relatie in zwaar weer terecht en veranderden ze van geliefden in vijanden. Het was pijnlijk om te zien hoe ze, ondanks de goede intenties, keer op keer lijnrecht tegenover elkaar stonden. Ze namen een groot risico door samen de SCHIP-aanpak aan te gaan. Hun sociale omgeving was sceptisch en raadden het hun ten stelligste af; “Ga je met die man in therapie? Ben je vergeten wat hij je heeft aangedaan? Ik wens je veel succes”! Ook ik kon ze geen enkele garantie geven dat deze aanpak het gewenste resultaat zou opleveren. Ik kon ze wel voorspellen dat het voortzetten van deze akelige loopgravenoorlog zou leiden tot nog meer verharding van het conflict, een aanslag op hun gezondheid, het leeglopen van hun bankrekening, een aantasting van hun zelfbeeld, verstoorde relaties met familie en vrienden en het allerbelangrijkste hun kinderen die voor hun leven beschadigd zouden raken.

In mijn agenda staat dat we vandaag de therapie, mits er geen onverwachte storingen zijn opgetreden, gaan afsluiten. Tot aan de laatste sessie blijf ik alert op onverwachte averij. In de voorbereiding van dit gesprek hang ik hun ‘gebroken hart’ op de flapover zodat we straks alle beschadigde elementen van beiden kunnen langslopen. Kort na elkaar komen ze binnen. Beroepsmatig scan ik hun gezicht. Vooralsnog hoef ik mij geen zorgen te maken stel ik vast. Beiden zien er ontspannen uit. Het wordt direct duidelijk dat ze zich gedegen op deze sessie hebben voorbereid. Hun opdracht was na te denken over de vraag: Hoe houden we in de toekomst deze nieuwe verbinding met elkaar vast en wat spreken we af wanneer het weer eens een keertje misloopt. Of dit zal gebeuren is eigenlijk geen vraag want de praktijk heeft geleerd dat een terugval eigenlijk niet te vermijden is. Door dit te benoemen en te plaatsen in een positief kader: “Dat biedt jullie de kans om nieuwe communicatiepatronen te ontwikkelen en te oefenen met constructief gedrag, dus ik zou jullie bijna een terugval toewensen”. Ellen en Robbert schieten in de lach. Met zo’n therapeut kun je thuiskomen! Gelukkig begrijpen ze wat ik hiermee bedoel. Dan is het tijd voor het bespreken van de opdracht.

Beiden komen tot de conclusie dat communiceren via de app alleen werkt wanneer er geen ruis op de lijn zit. Met andere woorden: zodra er bij een van beiden irritatie ontstaat of wanneer een tekst of boodschap vragen oproept is het zaak om direct de telefoon te pakken zodat de appwisseling niet afglijdt in miscommunicatie en nog erger, leidt tot een conflict. Verder wordt afgesproken de tijd te nemen om elkaar aan te horen, ook al is datgene wat je hoort niet wat je zou willen horen. En elkaar daarbij de vraag te stellen: wat zou ik hierin kunnen doen, wat zou je helpen?

Tot slot stel ik voor om nogmaals terug te kijken naar hun gebroken HART, zodat we kunnen vaststellen welke elementen op welke wijze zijn hersteld. We beginnen bij Ellen: “Ik voel weer houvast in mijn leven en dat maakt dat ik positiever over mezelf ben gaan denken. Dat komt doordat ik begrijp waarom onze relatie is ontspoord en wat mijn eigen aandeel daarin is geweest. Dat betekent dat mijn gevoel voor rechtvaardigheid is hersteld en dat ik, gek genoeg misschien om te zeggen, nieuwsgierig ben naar wat de toekomst voor mij in petto heeft i.p.v. dat ik een donker zwart gat voor ogen heb.” Ik complimenteer haar om deze kernachtige samenvatting waarin alles in elkaar lijkt te vallen. Wanneer ik Robbert vraag hoe dat voor hem is antwoordt hij: “Dat geldt in zekere mate ook voor mij. Nu ik begrijp waarom het ons niet is gelukt om onze relatie goed te houden voel ik weer vaste grond onder mijn voeten. En eerlijk gezegd ben ik best trots op mezelf dat ik dit traject ben aangegaan waardoor mijn zelfbeeld is hersteld. Ik heb besloten ingewikkelde of lastige gesprekken niet meer uit de weg te gaan. Het feit dat ik de reacties van Ellen beter kan plaatsen maakt dat mijn gevoel voor rechtvaardigheid is hersteld. Ik begrijp nu dat haar neiging de kinderen bij mij weg te houden voortkwam uit de pijn van het verlies van onze relatie. Ja, ook ik kijk met veel vertrouwen en nieuwsgierigheid naar de toekomst.”
We besluiten samen om de SCHIP-therapie af te sluiten. Het is een geslaagde schipbreuk geworden waarin de drenkelingen veilig de vaste wal hebben bereikt.

Aan mij het laatste woord:
“Het is jullie gelukt om op een respectvolle manier elkaar terug te vinden als ‘partners in ouderschap’. Ik dank jullie ook voor het geschonken vertrouwen in mij om deze spannende exercitie aan te durven gaan.”
Wanneer ik ze uitlaat blijf ik even staan in de deuropening en kijk ze na. Het was een intensief, spannend en mooi traject. Eerlijk gezegd ben ik ook opgelucht dat we het op zo’n positieve manier hebben weten af te sluiten. Tevreden cliënten en een tevreden therapeut gaan tenslotte hand in hand.

Tineke Rodenburg