Op mijn display zie ik dat Robbert belt. Ik voel onraad en zucht. Het is al bijna zes uur en mijn ‘to do lijst’ is bij lange na nog niet afgewerkt.  Iets in mij zegt me dat terugbellen geen verstandige optie is dus neem ik de telefoon op. Robbert steekt direct van wal. Hij lijkt zich in te houden maar dat laat onverlet dat ik onmiddellijk hoor dat hij ontzettend geïrriteerd en boos is. Zonder aan mij te vragen of ik tijd heb brandt hij los: “Niet te geloven wat ze me vandaag weer heeft geflikt. We hadden nog zo duidelijk afgesproken dat ik de kinderen een extra weekend zou hebben i.v.m. het 50-jarig huwelijksfeest van mijn ouders, draait ze de hele afspraak terug. Ja, ze mogen die dag aanwezig zijn op het feest maar daarna verwacht ze de kinderen gewoon weer thuis. Het zou te belastend worden voor ze en te verwarrend als we gaan tornen aan ons schema. Dat mijn vriendin mee gaat naar het feest vindt ze daarbij ook veel te snel gaan voor de kinderen. Je begrijpt natuurlijk dat ik nog maar weinig heil zie in die SCHIP-aanpak.  Dat is weer zo’n voorbeeld van haar rigide houding dat moet jij nu toch ook erkennen?  Ik had het er met mijn moeder over en ook zij is het roerend met mij eens; Ellen is een echte borderliner. Eerlijk gezegd overweeg ik om er mee te stoppen of nog sterker geformuleerd: ik haak bij deze af”.

Ik prijs me gelukkig dat ik inmiddels dit, klassieke, patroon herken. Zo gaat dat doorgaans tussen twee ex-partners die elkaar dusdanig hebben gekwetst dat ondanks alle goede afspraken het toch weer zo ontzettend spaak kan lopen. Ellen is er vast van overtuigd dat ze handelt in het belang van de kinderen. Ze is zich er niet van bewust dat de pijn van het verlies van de relatie veel meer debet is aan haar besluit dan de inbreuk op het schema. Omgekeerd heeft Robbert geen idee dat Ellen nog steeds gekwetst is omdat hij, tijdens hun huwelijk, een relatie aan is gegaan met Saskia. Als hij zou weten dat deze gekwetstheid mee zeurt op de achtergrond van alles wat zich in het hier en nu afspeelt zou hij wellicht verbaasd zijn.

Ze hebben dus beiden last van datgene wat zich aan de oppervlakte afspeelt en zijn zich niet bewust wat de dieperliggende redenen zijn. Het is jammer dat we hier pas volgende week, tijdens de volgende sessie, aandacht aan kunnen besteden. De huiswerkopdracht heb ik ze gemaild maar de vraag is of het SCHIP-traject door Robbert’s besluit niet voortijdig ‘vastloopt’ voordat het de kans krijgt ‘vlot getrokken’ te worden..

Ik laat me niet verleiden om inhoudelijk in te gaan op datgene dat Robbert mij probeert duidelijk te maken. Het enige dat ik hem telefonisch kan bieden is hem erkenning geven voor zijn teleurstelling en hem verwijzen naar de afspraak die voor volgende week staat. Wat zou hij nu willen? De keuze is uiteraard aan hem om te stoppen met dit traject, maar wat dan? Ik schets hem twee opties. Optie 1: een levenslange strijd met Ellen waarbij zijn bankrekening leegloopt door ellenlange proceskosten, de invloed die alle stress heeft op zijn psychische en lichamelijke functioneren, de impact op zijn huidige relatie en last but not least kinderen die beschadigd worden voor de rest van hun leven. Optie 2: je stinkende best doen om de SCHIP-aanpak tot een succes te maken waardoor de kans op een goede relatie met Ellen als ‘partners in ouderschap’ tot de mogelijkheid behoort, de kans op een gelukkige relatie met zijn nieuwe partner groter wordt en het allerbelangrijkste dat zijn kinderen kunnen uitgroeien tot evenwichtige volwassenen die met beide ouders een goede relatie hebben.

Het wordt even stil aan de andere kant van de lijn en dat is meestal een gunstig teken. Ik hoor Robbert diep zuchten waarna hij zegt: “ik begrijp dat er eigenlijk weinig keus is in dit geval”. Robbert realiseert zich dat dit een retorische vraag is. Ik beaam dat er inderdaad weinig te kiezen valt en zeg dat ik het hem van harte gun om de juiste keuze te maken: “stel je eens een minuut voor hoe het zou zijn als jullie een streep onder jullie strijd gezet hebben?”

“Als dat zou kunnen…okay, ik ben ‘om’ en zal er zijn volgende week.  Tot dan en nog bedankt voor je tijd. Je bent er maar mooi klaar mee met types zoals ik”. Robbert wacht mijn reactie niet eens meer af.  En ik, ik ben blij dat ik de tijd heb genomen om zijn telefoontje te beantwoorden.

En tot slot ben ik stiekem ook een beetje trots dat ik uit de spagaat van waarheidsvinding ben weten te blijven.

 

– Tineke Rodenburg –