Zeer onwennig zitten ze tegenover elkaar. Het is minstens een jaar geleden dat ze zich in een en dezelfde ruimte bevonden. De spanning is voelbaar en hangt als ‘dikke lucht’ in mijn praktijkruimte. Ellen (43) heeft het initiatief genomen om een afspraak met mij te maken en Robbert (44) is meegekomen.

Mijn eerste vraag is wat gemaakt heeft dat ze hier beiden zitten. Ellen neemt het woord: “uit pure ellende omdat ik niet meer weet hoe we hier alleen uitkomen. Het is allemaal zo ontzettend uitzichtloos. En de situatie waarin we zitten wordt met de dag grimmiger. Ik had gehoord over de SCHIP-aanpak en dacht, wie weet is dat ook iets voor ons”. Ik kijk vragend naar Robbert. Robbert neemt een hap adem en zegt: “voor mij had het allemaal niet gehoeven. Ik vind dat we er allang samen uit hadden kunnen zijn als Ellen zich eens wat minder rigide aan haar standpunten zou vasthouden”. De woorden van Robbert hebben bij Ellen het effect als de spreekwoordelijke ‘olie op het vuur’. Zij ontsteekt onmiddellijk in woede waarbij haar stem omhoog schiet. Zittend op het puntje van haar stoel zwaait ze met haar armen om haar woorden kracht bij te zetten en in haar nek zie ik rode vlekken verschijnen.  “Niet te geloven, en dat moet jij zeggen, jij die iedere poging van mij om over de kinderen (Gijs van 12 en Marieke van 10) te overleggen uit de weg gaat, jezelf niet een keer afvragend wat jouw aandeel in dit conflict zou kunnen zijn, noemt mij rigide”. Ik zie Robbert de andere kant op kijken.

Als ik vraag of dit exemplarisch is voor de wijze waarop hun communicatie verloopt knikken beiden instemmend. Nadat ik mijn waardering uitspreek voor het feit dat ze ondanks de boosheid naar elkaar hier toch aanwezig zijn, leg ik uit waaruit het traject van de SCHIP-aanpak bestaat en onder welke condities we kunnen starten. Eén van de belangrijkste voorwaarde om te kunnen beginnen is dat beiden zich conformeren aan dit traject. Het traject zal bestaan uit het doorlopen van alle vijf fases van de SCHIP-aanpak en het maken van de huiswerkopdrachten die, voorafgaand aan elke sessie, hieraan gekoppeld zijn. Dat beiden gemotiveerd zijn om dit traject een optimale kans van slagen te geven spreekt voor zich. Ik benadruk nogmaals dat ik alle ex-partners die de moed hebben dit traject aan te gaan, helden vind. Ga er maar aanstaan om met je ex, die jou veelal, ongewild wellicht maar toch, zo heeft gekwetst toch weer om de tafel te gaan zitten. De SCHIP-aanpak, hoe succesvol gebleken, geeft uiteindelijk geen enkele garantie dat het ook voor jou werkt.

Doordat Ellen en Robbert voorafgaand aan deze eerste sessie een coping vragenlijst hebben ingevuld weet ik dat Ellen een ‘aanpakker’ en een ‘deler’ is en dat Robbert hoog scoort op ‘de vermijder’ en op de ‘onderduiker’. Daarnaast  ben ik zeer geïnteresseerd naar hun beider achtergrond. Hoe zijn ze gesocialiseerd? Hoe zag hun gezin van herkomst eruit en wat betekent dit voor hun hechtingsstijl? Vanuit de informatie over hun respectievelijke gezin van herkomst weet ik inmiddels dat Ellen angstig en Robbert vermijdend is gehecht. Hoewel hechtingsstijlen in de loop van de relatie kunnen verschuiven en niet zo statisch zijn als wel eens wordt gedacht, kunnen ze onder dreiging en druk ‘terugschieten’ naar hun oorspronkelijke stijl.  Wanneer ik hun manier van primaire reactie op vervelende situaties benoem en vraag of ze zich daarin herkennen wordt dit door beiden beaamd. Deze informatie biedt mij, als therapeut, inzicht in de wijze waarop de ex-partners verschillen in beleving en reacties.

We sluiten deze eerste sessie af met de prangende vraag: “Gaan we wel of niet van start”?. Zowel Robbert als Ellen kunnen zich conformeren aan de condities waaronder het traject van de SCHIP-aanpak kan worden ingezet.  Beiden geef ik het dringende advies mee om gedurende dit traject datgene dat hier wordt besproken, zoveel als mogelijk, binnenskamers te houden. Mijn ervaring is dat de invloed vanuit de sociale context op de ontstane situatie, hoewel doorgaans goed bedoeld, niet altijd een constructieve bijdrage levert aan het doen stoppen van het conflict tussen de ex-partners. Bij het afscheid zegt Ellen: “ik hoop toch zo dat we hier iets aan gaan hebben want ik word er soms zo wanhopig van”.  Robbert knikt: “dat geldt ook voor mij. Je zou eens moeten weten wat de invloed van dit gedoe is op mijn werk en eigenlijk op alles”.

“Ik heb goede hoop en voorlopig is de eerste stap gezet” is mijn reactie. “Ik stuur jullie per mail de huiswerkopdracht voor de fase 1 en wens jullie daarbij alle succes toe”. Ik weet niet zeker of het een gevalletje is van ‘de wens is de vader van de gedachte’, maar ik verbeeld me toch echt dat er een piep kleine opening waarneembaar is in de dikke lucht.