In fase 4 van de SCHIP-aanpak is het zaak dat ik, als therapeut, nog meer dan in alle andere fases, mijn handen denkbeeldig ‘onder de billen’ weet te houden. Fase 4 is bedoeld om de integratie van het verlies en het conflict, samen als ex-partners, vorm te kunnen geven, het te ‘thuisvesten’, het te borgen. Mijn rol in deze fase is dan ook Ellen en Robbert hierin te faciliteren zodat zij hierover in gesprek kunnen gaan met als doel te komen tot een gezamenlijk gedragen ritueel of vorm om het verlies & conflict uiteindelijk te kunnen markeren. Pas dan kunnen zij de stap voorwaarts zetten. Niet dat de pijn daarmee voorgoed is verdwenen, geenszins. Op gezette tijden zal deze pijn zich opnieuw manifesteren. Rouw is uiteindelijk de prijs die we betalen voor hechting. Maar als die pijn er mag zijn kan deze zachter worden en onderdeel worden van een ieders levensverhaal. Om zover te kunnen komen is het noodzakelijk dat alle aspecten van het verlies en het conflict volop de ruimte, de aandacht en de erkenning hebben gekregen. Inmiddels hebben we dit gelukkig in de voorgaande fases ruimschoots gedaan. Door samen een ritueel of vorm te bedenken om het verlies & conflict te thuisvesten nemen ze beiden de verantwoordelijkheid voor het mislopen van hun relatie. Pas daarna kunnen ze ieder afzonderlijk hun verlies verweven in hun eigen levensverhaal.

Ellen en Robbert hebben voor deze fase de opdracht gekregen na te denken over de vraag: “welke vorm, ritueel zouden jullie kunnen bedenken om samen het verlies & conflict te bergen en wat zouden jullie hierbij nog tegen elkaar willen uitspreken”. Er hangt een soort van serene stemming in mijn praktijkruimte. Het is voelbaar dat we zijn aangekomen bij een ‘plechtig’ moment. Wanneer ik dit benoem, wordt dit door beiden bevestigd. Misschien is de vergelijking met een trouwritueel maar dan in omgekeerde vorm niet eens zo vreemd, bedenk ik me ter plekke. Ellen neemt het woord. Haar stem is zacht en onvast: “ik dacht, misschien is het een goed idee om onze trouwringen te laten omsmelten tot twee nieuwe ringen voor onze kinderen. Want tja hoe je het ook wendt of keert deze kinderen zijn wel uit onze liefde voor elkaar geboren”. Ik zie dat ze bij het uitspreken van deze woorden vol schiet. Ook ik kan met moeite mijn geraaktheid maskeren. En omdat ik uit ervaring weet dat cliënten alle reacties van de therapeut waarnemen en interpreteren benoem ik het maar direct: “ik merk dat het mij raakt, wat een mooi ritueel. En zo waar bovendien. Dat is wat vaak door het voorliggende conflict wordt vergeten. Ooit was er een tijd dat jullie elkaar innig liefhadden en uit die liefde zijn jullie twee mooie kinderen geboren”. Ik zie dat Robbert ook geraakt is. Hij zegt: “als ik ergens trots op ben dan is het op onze kinderen. Ik had ook nog een idee. Ik dacht er meer aan om samen koffie te gaan drinken in dat koffietentje op de hoek van de Zadelstraat. Weet je nog dat we daar in het begin van onze relatie veel hebben gezeten?”
Ellen knikt instemmend: “ja, ik weet natuurlijk nog als de dag van gisteren hoe dat was”.
Om uit de impasse te komen stel ik voor: “Zouden jullie hier eens samen over kunnen overleggen? Wie weet is er van deze twee ideeën iets gezamenlijks te bedenken. Dan laat ik jullie nu even alleen en kom ik over tien minuten terug“.

Na tien minuten loop ik mijn praktijkruimte weer binnen en aan de stemming die daar heerst lijkt het erop dat ze er samen uit zijn gekomen. Weer neemt Ellen het voortouw: “We hebben bedacht dat we dus die ringen inderdaad laten vermaken voor onze kinderen en dat we die in hun bijzijn samen gaan geven. Dat doen we in een restaurant waar we vroeger met onze kinderen, als we wat te vieren hadden, regelmatig kwamen. En dan… (Ellen hakkelt) dan gaan we elkaar bedanken voor de fijne jaren die we wel hebben gehad en uitspreken dat we voor altijd de ouders blijven van Gijs en Marieke”.
Robbert vult aan: “we zetten die woorden op een mooie kaart voor elkaar en ook op die voor onze kinderen”.

Ik ben onder de indruk van dit prachtige ritueel en spreek dit naar ze uit.
In mijn fantasie hoor ik de violen aanzwellen… Deze fantasie houd ik echter voor mezelf want ik weet dat, ondanks dit bijzondere moment, fase 5 nog moet komen.

-Tineke Rodenburg –