Ook deze keer ben ik weer benieuwd hoe het Ellen en Robbert de tussenliggende periode is vergaan. Dit wordt de tweede sessie in de laatste fase van de SCHIP-aanpak. Ik realiseer me terdege dat de huiswerkopdracht niet eenvoudig moet zijn geweest. Ellen en Robbert hebben na moeten denken over wat zij zelf kunnen doen om ervoor te zorgen dat de ander hen weer gaat vertrouwen. Herstel van vertrouwen is geen risicoloze exercitie. Je loopt altijd de kans om opnieuw teleurgesteld te worden in je ex-partner. Stel dat je je kwetsbaar opstelt en de ander blijft zich verschansen achter zijn veilige vesting? Wat wanneer je een grote stap doet in zijn of haar richting en de ander beweegt, in jouw beleving, nauwelijks of zelfs helemaal niet? En wanneer weet je of de ander weer te vertrouwen is? Vertrouwen is namelijk niet meetbaar. Iedereen zal het met mij eens zijn wanneer ik beweer dat de aanwezigheid van vertrouwen de basis is van iedere relatie. Wat echter voor de een geldt als ‘een leugentje om bestwil’ kan voor de ander een onherstelbare breuk in het vertrouwen genereren. Het begrip vertrouwen is dus een volkomen subjectief en abstract begrip.

Ik vraag wie dit keer zou willen beginnen met het bespreken van de huiswerkopdracht. Ellen neemt het woord: “Ik vond het echt een ontzettend moeilijke opdracht en heb er behoorlijk mee geworsteld. In eerste instantie dacht ik, wie heeft hier wat te herstellen van ons? Ja toch? Maar later in de week dacht ik, ”tja, ik heb de kinderen wel een aantal keren, met een flauwe smoes, geprobeerd bij Robbert weg te houden. Dat was ook niet zo eerlijk. Ik heb besloten geen uitvluchten meer te verzinnen en als ik het er toch weer moeilijk mee heb dat maar gewoon te proberen uit te spreken naar Robbert.” Ze slaakt een diepe zucht. Robbert heeft geen aansporing nodig om op Ellen te reageren. “Hier ben ik zo blij mee. Dat je dit nu zegt. Ik weet niet of je het van mij wilt horen maar ik ben echt trots op je dat je dit kunt zeggen.”
Ellen antwoordt: “dat ben ik eigenlijk zelf ook wel en gek genoeg voel ik me door dit hier uit te spreken kilo’s lichter.”

Robbert begrijpt dat het nu zijn beurt is om zijn aandeel in het herstel van het geschonden vertrouwen te leveren. “Ik zeg je toe dat ik vanaf nu direct met je communiceer en niet zoals ik vaak deed je met een vaag antwoord probeer van me af te schudden. Doordat ik me zo schuldig voelde over alles en zo bang was voor jouw boze reacties ging ik als het even kon om de hete brij heen. Ik denk dat dit voor jou juist als een rode lap op een stier werkte. Het kwam als het ware steeds op de hoop van wantrouwen en dat wil ik niet meer. Ik wil dat je mij weer kunt vertrouwen ook al is het misschien niet altijd wat je graag zou willen horen van me.”

Nu is het mijn beurt om beiden een dik compliment te geven. Eerlijk gezegd ben ik ook opgelucht dat dit is gebeurd. Ellen en Robbert hebben elkaar het achterste eind van hun tong laten zien. Om goed te kunnen samenwerken als ‘partners in ouderschap’ is het van essentieel belang dat het vertrouwen in elkaar wordt hersteld. Wanneer er weer voldoende veiligheid is tussen de ex-partners is het minder moeilijk om de kwetsbare kant aan de ander te tonen. En als je je weer verbonden voelt met de ex-partner zul je minder snel boos worden als er eens iets tegen zit. Daarna lopen wederzijdse intenties veel eerder de kans om in ‘goede aarde’ te vallen i.p.v. als tegenactie opgevat te worden. Het beschadigde HART kan hierdoor herstellen. Het zelfvertrouwen neemt toe door ‘over je eigen schaduw heen te stappen’ en dat kan weer bijdragen aan het hervinden van de grip ofwel de regie op je leven. Het rechtvaardigheidsgevoel herstelt door erkenning van het ‘aangedane verlies’ en dat resulteert in een positiever toekomstperspectief. Het is stil in mijn praktijkruimte. Geen ongemakkelijke stilte maar eerder een serene rust waarin Ellen en Robbert tot zich laten doordringen wat de betekenis is van datgene wat zojuist heeft plaatsgevonden.

Ik wil deze sfeer niet verstoren door hier iets aan toe te voegen. Bij de afsluiting van deze sessie vraag ik ze om na te denken over de vraag: ”wat kunnen we er aan doen om ervoor te zorgen dat we niet terugvallen in oude patronen? En stel wanneer dat wel gebeurt wat zouden jullie hierover kunnen afspreken?”
Ik sta op, geef ze een hand en bedank ze voor het vertrouwen dat ze vandaag in elkaar en in mij hebben en durven geven.

– Tineke Rodenburg –